Geschiedenis

Na 383 jaar Minderbroeders een nieuwe stap in de geschiedenisoude_foto_klooster

Tijdens de zomer van 2007 hebben de Minderbroeders hun klooster en kerk in hartje Tielt verlaten met de uitdrukkelijke wens van de Franciscanenbroeders om de gebouwen over te dragen aan een organisatie die de christelijke geloofsbeleving verder zou doorgeven. 

Zo is Huis Tabor ontstaan onder vzw KCV en is er begonnen aan de broodnodige restauratie van de gebouwen. Enkele vrijwilligers hebben hun intrek genomen in het kloostergebouw en staan in voor het onderhoud en de dagelijkse werking. Met een groep zielsverwanten wordt het klooster omgebouwd tot een thuis voor mensen, die op zoek zijn en samen aan een nieuwe toekomst willen bouwen. 

De kloosterkerk, 'de Paterskerk' in de volksmond, is een open monument en voor iedereen toegankelijk. 

 

Overzicht van 350 jaar Minderbroeders te Tielt

1209 Franciscus van Assisi (°1182) krijgt inzicht in zijn roeping. Hij zal het evangelie beleven zoals de Heer het hem heeft ingegeven. “de regel en het leven van de mindere broeders is: het evangelie van O.H.H.Ch. onderhouden, door te leven in gehoorzaamheid, zonder eigendom en in kuisheid”.
 
1225 Voor het eerst verschijnen minderbroeders in onze streken. Kloosters worden gesticht te Gent, Brugge, Oudenaarde en Ieper.

1226 Op 3 oktober sterft Sint-Franciscus te Assisi in het kerkske van Portiuncula.
 
1494 Te Tielt wordt het klooster gesticht van de “Grijze Zusters”. De zusters leven volgende geest van Sint-Franciscus.

vóór
1624 
Vanuit Brugge, Gent en Kortrijk komen minderbroeders naar Tielt en omstreken; ze preken en gaan er om aalmoezen.

1623
1624 
Deken Jan De Mol nodigt de minderbroeders uit om in Tielt een klooster te stichten. De heer Richardot, graaf van Gamerages (Galmaarden), staat aan de paters en broeders zijn huis af, het “Gruuthof”, gelegen in de Kortrijkstraat, links komende van de Markt. Op 5 mei, derde zondag na Pasen, worden na de hoogmis in de parochiekerk, de kloosterlingen processiegewijs naar hun kloosterke geleid. Eerst op 4 oktober is de kapel van het klooster gereed en dragen de paters er voor het eerst de heilige mis op.
 

1626
1630

De termijn, dit is het district waar de paters en broeders werkzaam zijn en waar ze om aalmoezen gaan, strekt zich uit over het grondgebied van Aarsele, Ruiselede, Wontergem, Kanegem, Loo, Aalter, Vinkt, Gottem, Oeselgem, Markegem, Wakken, Rozebeke, Sint-Baafs-Vijve, Wielsbeke, Dentergem, Meulebeke, Machelen, Zulte, Olsene, Pittem, Wingene, Egem en Zwevezele.
 
1629 broeder-kokEr wordt beslist op het “Pouckhof” – plaats waar het klooster thans gelegen is – een nieuw, ruimer klooster te bouwen. Op 29 juli beginnen de werkzaamheden. Ondertussen wordt het klooster van Tielt met de andere vlaamse kloosters afgescheiden van de waalse en tot een eigen ordensprovincie verenigd. Het klooster van Tielt treedt nu ook toe tot de strengere hervorming van de “Recolletten”. Hun levenswijze : tegen half twaalf ’s nachts doet de broeder-wekker een eerste, korte ronde door de dormter; ietwat later een tweede. Zodra men op de beiaard het halfuur hoort klinken wordt de kerkklok geluid. Middernacht stipt begint het koorgebed. Hiervoor worden reusachtige koorboeken gebruikt, die met de hand geschreven zijn; aan elke kant van het koor is er één. Met een stok keert iemand de zware perkamenten bladen om. Er wordt enkel kaarslicht gebruikt. Maar voor de lezingen steekt men een lampken aan bij de lezer en voorbidder. Na het koorgebed volgt één uur inwendig gebed. De tijd wordt zeer stipt afgemeten bij middel van een zandloper.Al hun reizen doen de kloosterlingen te voet, het hoofd met de kap bedekt en blootsvoets. Alle keuken-en eetgerief is van hout of van aardewerk. Om de spijzen echter warm te houden zijn een zeker aantal tinnen patelen toegelaten. Echt franciskaans : de overste moet er voor zorgen dat een schoon bloemhoveken wordt aangelegd en onderhouden.
 
1631 De pest teistert de stad. Twee paters en twee broeders bezwijken bij het verzorgen van de pestlijders. Enkele jaren later (1645) vinden de mensen die op de vlucht zijn voor de franse troepen, gastvrijheid in het klooster. Als dan franse soldaten de klokken van de stadsbeiaard willen roven, slagen de paters er in al deze klokken te bewaren.
 
1642 In de eigen kerk worden met luister gevierd het feest van de kruisvinding, van sint Franciscus van de Onbevlekte Ontvangenis en Portiuncula. Op sommige feesten komt de deken van de stad de plechtige mis opdragen terwijl een van de pastoors van de omliggende parochies het sermoen verzorgt. Er wordt ook dikwijls processie gehouden ofwel in de kerk en tuin, soms ook wel door de straten van de stad. Lange tijd is er dagelijks een heilige mis te 10 uur. De paters vergezellen alle uitvaarten in de stad. Ook bestaan de Derde-Orde, de broederschap van het heilig Kruis (1661), de Aartsbroederschap van OLV Onbevlekt (1664) en van het Koordeke van sint Franciscus (1640). De magistraat getuigt in 1668:…., door hun neersticheijt soo vele is te weghe gebracht, dat alhier ’t sijdert hunne innecompste de ketterije teenemaele ende gandstschelick is utgheroijdt, die te van te vooren seere hadde gheregneert…”
 
1645 Het klooster heeft veel te lijden van tuchteloze en plunderende Spaanse soldaten.
 
1660 In de nacht van 20 op 21 januari wordt een groot deel van het klooster door brand vernield. De kerk is zelfs helemaal verwoest. Een van de redders, Judocus Van Brabant, vindt de dood bij het instorten van de voorgevel en door het begeven van het hoogzaal. Aan deze pijnlijke gebeurtenis herinnert een glasraam in de benedengang van het klooster.
 
1686 Op 9 oktober maken de paters een aanvang met het onderwijs in de humaniora. Zij volgen hierin het voorbeeld van de medebroeders van Poperinge, die reeds in 1657 met een college begonnen waren. Nog andere colleges zullen in het vlaamse land door de paters worden opgericht : te Eeklo in 1747 en te Diksmuide in 1758. De lessen van deze ‘latijnse school’ worden gegeven in een huis van de Ieperstraat dat de paters langs de tuin gemakkelijk kunnen bereiken. In 1688 slaagt men er in een groot woonhuis van de Kortrijkstraat tot college in te richten. Eerst in 1690 is de hele cyclus van de humaniora volledig. Tot 1848 zullen de paters dit college leiden. In dat jaar wordt het overgenomen door het bisdom. Het college telt ooit 247 leerlingen, waarvan 74 internen. In de registers die nog allemaal bewaard bleven, staan studenten vermeld uit Gent, Brugge, Antwerpen, het Land van Waas. We vinden er zelfs een student uit Londen. Een tachtig vreemde studenten wonen in bij de burgers van Tielt. Onder de ‘Besloten Tijd’ en onder Napoleon en Willem I was men verplicht het college tijdelijk te sluiten.
 
1707 De nieuwe kerk wordt ingezegend op 3 october. Enkele jaren later wordt ze plechtig geconsacreerd door Mgr Van der Noot, bisschop van Gent, tot wiens bisdom Tielt behoort (28 september 1710). Het jaartal 17……07 staat nog te lezen, links en rechts boven de zijaltaren.De volgende jaren worden het hoogaltaar en de zijaltaren aangebracht. Ook het portaal is van deze tijd (1727).
 
1728 De lekenbroeder Lucas De Meyer, mogelijk een leerling van De Craeyer, vervaardigt het doek van de Kruisvinding. Het wordt boven het hoogaltaar geplaatst.
 
1773 Er verblijven 30 paters en broeders in het klooster.
 
1774 De brandspuit van de stad wordt ondergebracht bij de ingang van het klooster. De paters hebben de sleutel om als ’t nodig mocht zijn de brandspuit te bedienen.
 
1775 In de dreef worden de linden geplant die er nu nog staan.
 
1797 Een vertegenwoordiger van de Franse Republiek kondigt op 17 februari de samengeroepen kloostergemeente aan dat hun gemeenschap ontbonden wordt door de wet. De kloosterlingen en de mensen van Tielt protesteren. De goederen van het klooster worden geconfiskeerd en te koop aangeboden. Paters en broeders vinden een onderdak bij bevriende mensen. De paters doen verder dienst in de parochiekerk.De verkoopact van 10 juli 1797 geeft een interessante beschrijving van het klooster. “Een klooster met schaliën bedekt, gebouwd uit baksteen, met een verdieping, bevattende op het gelijkvloers een spreekkamer, een pand, zes kamers, twee keukens, een refter en drie kelders ; op de verdieping, een pand, drie kamers dienende tot ziekenverblijf, een bad, acht en twintig cellen, een zolder waarop de kamers die tot bibliotheek dienen ; een kerk en sacristie palend aan het klooster langs de oostkant ; een brouwerij en remise, een huis voor de knechten aan de zuidkant, een stal voor varkens en kalveren aan de noordkant.” Van de 920 boeken van de boekerij worden er 550 de moeite waard geacht naar Brugge verstuurd te worden. De “Bons” die de Republiek de uitgedreven kloosterlingen meegaf overhandigden de kloosterlingen aan bevriende personen die er het klooster en de kerk (nationale goederen !) mee terug afkochten. Het waren de heren P.F. Delcambe en K. De Roo.In de maand september weigeren al de paters – er zijn er ongeveer vijftien – de eed van trouw aan de Republiek en aan de “Constitution civile du clergé”. Alle kerken worden gesloten. Nu begint de “Besloten tijd”. Slechts in het geheim kunnen priesters en paters hun priesterwerk verrichten. De paters vinden een onderkomen en schuilplaats bij de mensen van Tielt en van de naburige dorpen. Vooral Pater J. Vergauwen (+1842) is bekend en gewaardeerd voor de heldhaftige toewijding en vindingrijke wijze waarop hij de mensen bleef bijstaan. Al de kruisen zijn ondertussen verwijderd. Het klokje van de paterskerk wordt verkocht.
 
1801 Casimirus_StuyckDe politieke toestand is verbeterd.

Enkele paters en broeders maken er gebruik van om naar het klooster weer te keren.

Weldra wordt ook de kerk heropend.

1802

Samen met pastoor Platteau van Meulebeke sticht pater Jacobus Vergauwen de congregatie van de Zusters van Sint-Vincentius. De zusters bedienen het hospitaal (thans het rusthuis) van deze gemeente.
 
1814 Op dit ogenblik zijn er nog vier paters.
 
1824 Klooster en kerk worden door de wettige eigenaars aan de kloosterlingen teruggeschonken.
 
1831 Het wezenhuis wordt herbouwd, vernieuwd en bestuurd door dezelfde Pater Vergauwen.
 
1833 Op de vooravond van het sint Franciscusfeest verschijnt pater J. Vergauwen in het Franciskaans habijt. Nog enkele verbannen kloosterlingen voegen zich bij hem om het kloosterleven opnieuw te aanvaarden.
 
1834 Nu het kloosterleven in ons land weer mogelijk wordt, richt men het klooster van Tielt in als noviciaatshuis waar de kandidaten hun eerste vorming krijgen. De novicen wonen op de westerlijke gang van de verdieping en op de graanzolder. De eerste jaren zijn sommigen van hen nog gelast met het onderwijs in het college. In 1845 zijn er 19 novicen. Tot 1860 vinden we onder de novicen 21 priesters uit de bisdommen, waaronder 5 pastoors en 13 onderpastoors.
 
1835 Op 1 mei staan de wettelijke eigenaars van de kerk en van het klooster deze gebouwen opnieuw af aan de paters.
 
1836 In de lokalen van het klooster wordt een “Franse School” ingericht als voorbereiding tot de humaniora. Op aandringen van deken Darras bouwen de minderbroeders op eigen kosten een heel nieuw gesticht met kapel, het latere Sint-Michielsgesticht (in de Kortrijkstraat). Frans is de gewone omgangstaal. “Toutefois, pour ce qui concerne l’enseignement, la langue flamande y est traîtée avec tous les égards que mérite la langue maternelle ».
 
1842 In het klooster verblijven thans 15 paters.
 
1859 In de kerk wordt de communiebank geplaatst, werk van de gebroeders De Bosschere, die enkele jaren later (1868) ook de ballustrade van het hoogzaal verzorgen. In 1877 wordt de ballustrade versierd met zes beelden van heiligen uit de orde.
 
1871 Callebert van Roeselare schildert de staties van de kruisweg. De refter wordt vergroot en er naast de bibliotheek gebouwd.
 
1878

lourdesgrot_1878In de tuin van het noviciaat bouwen de novicen de eerste Lourdesgrot van ons bisdom.

Het wordt de gewoonte dat de novicen, na het uitspreken van hun geloften, bij het verlaten van het noviciaat, hun namen griffen in de stenen van de grot.

Enkele van deze stenen zijn bewaard : ze zijn ingemetst in de buitenmuur van het koor van de kerk.

1883 Op het feest van Sint Franciscus herdenken de mensen van Tielt en van de omgeving het herinrichten van het klooster, dat nu vijftig jaar geleden gebeurde.
 
1885 Voor de eerste keer worden ter ere van Sint Antonius de Negen Dinsdagen gevierd.
 
1888 Een nieuwe, ruime sacristie vervangt de oude.
 
1891

noviciaatsgebouw_1891Op 19 maart plaatst men de eerste steen van het nieuwe noviciaatsgebouw. Het wordt in juli 1892 in gebruik genomen.

In 1971 worden de gebouwen gesloopt, nadat in 1954 nog nuttige veranderingen waren aangebracht en een nieuwe kapel gebouwd. Deze kapel bestaat nog, waar wordt nu gebruikt als klaslokaal van Regina Pacis.

1892 Op 22 mei brandalarm! Brand is ontstaan op de hoogzaal, waar het koorgebed gebeden wordt. Gelukkig is het niet erg.
 
1914 Een van de paters van het klooster, Gregorius Ardies, sneuvelt op 12 september in de slag van Halen. Het klooster geeft in de volgende weken en maanden gastvrijheid aan vele vluchtelingen uit Tielt en uit Olsene. Vier jaar lang bergt het de kostbaarheden van vele Tieltenaren. Ook een deel van het stadarchief wordt hier veilig bewaard. Ondertussen  zijn de novicen naar Engeland uitgeweken. Gedurende de hele oorlog wonen de Zusters Apostolienen in het noviciaatsgebouw en verzorgen er verder het onderwijs. Ook de leraars van het college wonen in het klooster samen met de paters. De Duitse militaire overheid houdt katholieke en protestantse kerkdiensten in de paterskerk.
 
1922 Voor het eerst wordt in de paterskerk het maandelijks heilig Uur gehouden. Later (1933) wordt het elke week. Op 29 oktober sterft Pater Celestien De Smet, uit Oostrozebeke. Voor zijn intrede was hij onderpastoor te Geluwvelt, Ieper en Roeselare. Een echte volksvriend, vriend van de kleinen. Hij is 77 jaar.
 
1933 Van 1 tot 8 october viert klooster, stad en omgeving het honderdjarig herstel van het klooster. Bij die gelegenheid verschijnt van de hand van de Tieltenaar, Pater Antonellus Verschuere een overzicht van de geschiedenis van het klooster.
 
1936 De alomgekende den beminde Pater Maurus Streefland, de “hollandse” pater sterft op 56-jarige leeftijd op 18 januari.

1938 Weer een sterfgeval. In de ouderdom van 89 jaar is het Pater Guido Rombaut uit Knesselare. Hij was een bekend muzikant.
 
1940 In de meidagen verlaten de novicen de stad, en na een lange, avontuurlijke zwerftocht zetten ze in Zuid-Frankrijk hun noviciaat voort. Het klooster biedt gastvrijheid en veiligheid aan vele medeburgers, aan confraters uit andere kloosters en zelfs aan ganse families. Duitse soldaten bezetten het noviciaat. Zo goed als ’t enigszins mogelijk is blijven de paters hun werk voortzetten. De Derde-Orde wordt geleid door de paters Nivardus, Callixt, Octaaf, Roeland en Optatus. In 1943 zijn er 444 zusters, 109 vrouwelijke jeugd, 217 broeders en 60 jongeren. Onze medebroeders verzorgen vele misweken in heel de streek. De mensen van Tielt en van te lande blijven de paters en broeders genegen en helpen bij de bevoorrading van de grote communiteit.
 
1944 September brengt de bevrijding. Een dag lang ligt het klooster midden de gevechten tussen oprukkende Poolse soldaten (Ieperstraat) en de Duitsers (Kortrijkstraat). Vele mensen vinden veilige beschutting in de ruime kelders van het klooster.
 
1947 In de nacht van 29 op 30 september nog eens brandalarm! Brand is ontstaan in de kleermakerij. Gelukkig is men het vuur spoedig meester.
 
1949 Dood van Pater Callixt Demets op 12 februari.
 
1951 Overlijden te Eeklo op 6 februari van Pater Octaaf Colombeen, in de ouderdom van 51 jaar. Hij was de stichter van de vrouwelijke jeugd-Derde-Orde.
 
1954 Op 30 januari sterft Pater Florentius Van Himbeeck die gedurende 25 jaar novicenmeester is geweest. Hij is 67 jaar.
 
1955 Broeder Mauritius De Witte, tieltenaar, sterft op 79-jarige leeftijd op 21 april.
 
1957 Broeder Baziel Gadaen, de bedelbroeder viert zijn diamanten kloosterjubilé op 17 november.
 
1960 In onze kloosterkerk wijdt Mgr. De Smedt op 12 juli de eerste Zaïrese minderbroeder, pater Franciscus-M.Lufuluabo tot priester. ’s Anderendaags draagt hij zijn plechtige Eremis op.
 
1961 In oktober starten de Minderbroeders met een regelmatig bijeenkomen van de Bijbelkring.
 
1965 Het noviciaat wordt verplaatst naar Turnhout. Na een periode van 131 jaar verlaten de novicen onze stad. Alles samen hebben hier te Tielt ruim duizend paters en broeders hun noviciaat doorgemaakt.
 
1968 De Derde-Orde begint met maandelijkse gespreksgroepen.
 
1971 Het noviciaatsgebouw wordt verkocht aan de Zusters van Maria. Het gebouw wordt gesloopt; alleen de kapel wordt bewaard. De kloostertuin koopt de stad en het college. In het klooster zelf begint men met de verbouwingen en aanpassingen.
 
1974 Deo Gratias! De Minderbroeders van Tielt vieren hun 350-jarige bestaan.pater